Citaat | Gerechtshof Arnhem 2 april 2003
Alinea 4 Gerechtshof Arnhem 2 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 2 april 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF6773.
Met betrekking tot de getuigen [J. B.], [P.A.M. B.] en [J. K.] moet enerzijds voorop worden gesteld dat zij in eerste aanleg reeds zijn gehoord door de rechter-commissaris en dat de verdediging toen de gelegenheid heeft gehad de getuigen te ondervragen of te doen ondervragen. Anderzijds geldt dat de verdediging tijdig voor het begin van de zitting in hoger beroep de oproeping van deze getuigen verzocht heeft zodat het verzoek ingevolge artikel 287 Wetboek van Strafvordering ingewilligd moet worden behoudens de in artikel 288 lid 1 genoemde uitzonderingen van welke drie uitzonderingen de eerste twee zich in elk geval niet voordoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da3e934bcfa913aa67fd9b5be2931c4ee6c5dbd41ac40c67013906b6af31bbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da3e934bcfa913aa67fd9b5be2931c4ee6c5dbd41ac40c67013906b6af31bbf, en de alinea staat in dat document op bytes 4167 tot 4818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4da3e934bcfa913aa67fd9b5be2931c4ee6c5dbd41ac40c67013906b6af31bbf | shasum -a 256