Citaat | Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003
Alinea 112 Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8394.
Als vierde verweer heeft de raadsman aangevoerd dat geen deugdelijke gronden aanwezig waren voor het stelselmatig inwinnen van informatie (artikel 126 j van het Wetboek van Strafvordering.), het direct afluisteren met behulp van een technisch hulpmiddel (artikel 126 l van het Wetboek van Strafvordering) en het aftappen van telefoongesprekken (artikel 126 m van het Wetboek van Strafvordering). Volgens de raadsman is sprake geweest van een inbreuk op het recht van verdachte op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM en inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte als bedoeld in artikel 8 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fb8aab8a68fb0944a119ff2424a2daef66e0a5ee469e550037deabc40d7b4e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fb8aab8a68fb0944a119ff2424a2daef66e0a5ee469e550037deabc40d7b4e2, en de alinea staat in dat document op bytes 36463 tot 37091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fb8aab8a68fb0944a119ff2424a2daef66e0a5ee469e550037deabc40d7b4e2 | shasum -a 256