Citaat | Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003
Alinea 30 Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8395.
Voor een groot deel komen de grieven echter daarop neer dat de opsporingsinstanties te veel en te zwaar geschut zouden hebben ingezet om verdachte tot bekennende verklaringen te bewegen. Het hof is echter van oordeel dat de inspanningen die de opsporingsinstanties zich getroost hebben gericht waren op het verkrijgen van juiste verklaringen. Niets wijst erop dat men slechts op bekennende verklaringen uit was zonder zich erom te bekommeren of daarmee ook de waarheid gevonden zou zijn. Juist is dat wel veel aandrang op verdachte is uitgeoefend. Gelet op het belang van de zaak acht het hof dat echter niet disproportioneel. Nu verdachte zich in het geheel niet op zijn zwijgrecht beriep, beklaagt de verdediging zich er ten onrechte over dat zijn zwijgrecht niet gerespecteerd is. Ook deze grieven kunnen daarom aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie niet in de weg staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07, en de alinea staat in dat document op bytes 14047 tot 14949.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07 | shasum -a 256