Citaat | Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003
Alinea 56 Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8395.
Daarbij heeft hij aangevoerd dat hij ten tijde van de ramp elders verbleef, namelijk bij de recreatieplas "Het Rutbeek", en heeft hij zich beroepen op tal van getuigen die hem daar gezien zouden moeten hebben. Dat alibi bleek tegen nader onderzoek niet bestand te zijn. Sommige van de genoemde getuigen verklaren op 13 mei 2000 niet op het Rutbeek te zijn geweest, anderen zijn daar wel geweest en hebben verdachte er ook wel ontmoet maar pas ongeveer ten tijde van de grote explosies in de Tollensstraat en aldus op een zodanig tijdstip dat het verdachte als brandstichter niet uitsluit. Nu is de ondeugdelijkheid van het alibi, met andere woorden het feit dat verdachte de brand gesticht zou kunnen hebben, geen gewichtige aanwijzing dat hij de brand ook inderdaad gesticht heeft. Maar wel is de conclusie gerechtvaardigd dat verdachte op dit belangrijke punt opzettelijk onwaarheid sprak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07, en de alinea staat in dat document op bytes 33876 tot 34780.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07 | shasum -a 256