Citaat | Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003

Alinea 59 Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 12 mei 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8395.

Een en ander overziende, komt het hof tot de slotsom dat al wat min of meer serieus in de richting van verdachtes schuld wijst, uit zijn eigen mond komt, niet in de vorm van een reguliere welbewust tegenover politie of justitie afgelegde bekentenis, maar in de vorm van betrekkelijk vormeloze uitlatingen. Deze uitlatingen zijn volgens degenen die ze hebben aangehoord vaak van een zekere vaagheid en onsamenhangendheid en ze zijn soms met grote onzekerheid en na lang tijdsverloop overgeleverd. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verdachte iemand is wiens reacties vaak wonderlijk zijn en niet in overeenstemming met de manier waarop mensen doorgaans met elkaar communiceren. Hij drukt zich niet altijd uit op een voor de toehoorder direct inzichtelijke manier. Getuigen beschrijven hem als "een mafketel", iemand "die niet helemaal spoort", iemand met een rijke fantasie en met veel sterke verhalen waar niet al te veel geloof aan moet worden gehecht, hetzij over vrouwen, hetzij over door hem gepleegde ernstige delicten (wat niet strookt met zijn strafrechtelijke verleden). Het Pieter Baancentrum beschrijft hem als een verstandelijk en sociaal-emotioneel beperkte man met een persoonlijkheid met schizotypische trekken waarvoor kenmerkend zijn zijn 'vreemde' spraak, het vage irreële denken en een gebrekkige sociale aansluiting. Het hof acht beide beschrijvingen in hoge mate met elkaar in overeenstemming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f3f300109e260d4a3163881aa3420f649aa45dd329ec7c5b1bf8c92d23fc07, en de alinea staat in dat document op bytes 37988 tot 39420.