Citaat | Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003

Alinea 80 Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8402.

5.3 De vraag waar het in het onderhavige geschil in hoger beroep nog om gaat is primair of de genoemde betalingen die op 14 juni 1994 en 26 juli 1994 hebben plaatsgevonden (verder: “de betalingen”) rechtstreekse betalingen aan de Bank zijn geweest dan wel als betalingen aan de Bank dienen te worden beschouwd (vgl. grief XII). Subsidiair – te weten voor het geval dat de betalingen geen (rechtstreekse) betalingen aan de Bank waren en evenmin als zodanig moeten worden beschouwd – gaat het om de vraag of de Bank zich, gelet op het in artikel 54 lid 1 van de Faillissementswet (verder: “Fw”) bepaalde, jegens de curator met betrekking tot de betalingen, die vóór de faillietverklaring van Ede hebben plaatsgevonden, op verrekening mag beroepen. De genoemde betaling die op 24 januari 1995, derhalve ná de faillietverklaring van Ede, heeft plaatsgevonden, kan in hoger beroep buiten bespreking blijven, nu de rechtbank in (r.o. 7 van) het bestreden vonnis van 20 december 2001 uit het door de Bank terzake geleverde bewijs heeft geconcludeerd dat de curator (impliciet) heeft ingestemd met deze betaling door de notaris aan de Bank en de curator van deze beslissing niet incidenteel heeft geappelleerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17, en de alinea staat in dat document op bytes 18040 tot 19270.