Citaat | Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003
Alinea 88 Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8402.
5.8 Nu het hiervoor overwogene tot de conclusie leidt dat de primaire vraag zoals die onder 5.3 werd geformuleerd ontkennend moet worden beantwoord, komt als subsidiaire vraag aan de orde of de Bank zich, gelet op het in artikel 54 lid 1 Fw bepaalde, jegens de curator met betrekking tot de betalingen, die vóór de faillietverklaring van Ede hebben plaatsgevonden, op verrekening mag beroepen. Hieromtrent overweegt het hof als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17, en de alinea staat in dat document op bytes 25180 tot 25629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17 | shasum -a 256