Citaat | Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003
Alinea 93 Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8402.
5.13 De Bank heeft bij gelegenheid van de pleidooien voor dit hof nieuwe stellingen verdedigd (zie pleitnotities Bank onder 1-19), die – kort samengevat – hierop neerkomen dat “de samenvoeging van de rekeningen op 12 oktober 1994 tegen het licht van art. 54 Fw moeten worden gehouden en niet de momenten van ontvangst en verrekening door de bank van de opbrengsten van de verkoop” (pleitnotities Bank onder 12). De curator heeft tegen deze eerst bij pleidooi naar voren gebrachte stellingen bezwaar gemaakt. Het hof kan de vraag, of dit bezwaar terecht is, reeds hierom buiten beschouwing laten omdat – zoals het hof onder 5.10 reeds heeft overwogen – als criterium voor beantwoording van de hier aan de orde zijnde (subsidiaire) vraag heeft te gelden of de Bank, toen zij zich door creditering van de rekening van Ede tot debiteur van Ede maakte, al dan niet te goeder trouw was in de zin van artikel 54 Fw, waarvoor beslissend is of zij op dat moment wist dat Ede in een zodanige toestand verkeerde dat haar faillissement was te verwachten. Hieruit volgt dat deze (nieuwe) stellingen van de Bank moeten worden verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17, en de alinea staat in dat document op bytes 32948 tot 34095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17 | shasum -a 256