Citaat | Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003
Alinea 94 Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 25 maart 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AF8402.
5.14 Het door de Bank aangevoerde meer subsidiaire verweer (zie memorie van grieven onder 85-87), dat de crediteuren in het faillissement “niet in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld door de wijze waarop de Bank haar hypotheekrechten heeft afgewikkeld”, faalt eveneens. Naar het oordeel van het hof is te dezen niet zozeer relevant of de overige crediteuren bij een andere wijze van verkoop meer zouden hebben ontvangen, zoals de Bank in dit kader betoogt, maar is primair aan de orde of de Bank bevoegd is tot verrekening. Is zij dit niet, dan worden de overige crediteuren bij verrekening benadeeld omdat zij in dat geval ten onrechte in hun verhaalsmogelijkheden worden beperkt ten belope van het door de Bank verrekende bedrag. Is de Bank wel bevoegd tot verrekening, dan is daarvan geen sprake. Daaraan voegt het hof nog toe dat het, voor zover de Bank – onder verwijzing naar met name HR 22 maart 1991, NJ 1992, 214 – beoogt te stellen dat in het geval dat zij niet bevoegd is tot verrekening de overige crediteuren door verrekening niet worden benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden omdat hen in dat geval slechts een voordeel zou ontgaan, de Bank daarin niet kan volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17, en de alinea staat in dat document op bytes 34115 tot 35319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe606084a3de89cb4c6ad01d4d0689ff5a3536e5937106ee12eb1b6a2692e17 | shasum -a 256