Citaat | Gerechtshof Arnhem 23 mei 2006
Alinea 39 Gerechtshof Arnhem 23 mei 2006
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 23 mei 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AX3969.
Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat tijdens het onderzoek in eerste aanleg de rechters op enigerlei wijze blijk hebben gegeven van vooringenomenheid dan wel partijdigheid jegens verdachte. Door of namens de verdediging is niet aannemelijk gemaakt welke andere aanpak daadwerkelijk door haar gevolgd zou zijn als de rechtbank in het tussenvonnis niet – zoals gebeurde – expliciet op de bewijsvragen zou hebben beslist maar zulks, zoals gebruikelijk is, impliciet zou hebben gelaten en evenmin op welke punten verdachte verderop in de procedure partijdigheid of vooringenomenheid van de rechtbank heeft moeten ervaren. Tegen deze achtergrond ziet het hof geen daadwerkelijke inbreuk op verdachtes recht op een ‘impartial tribunal’ en daarom dient het verweer te worden verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc18062f3d9a884124ee26a6f497e84d72cef2dab1b27d2edad933179120e7f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc18062f3d9a884124ee26a6f497e84d72cef2dab1b27d2edad933179120e7f4, en de alinea staat in dat document op bytes 14710 tot 15535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc18062f3d9a884124ee26a6f497e84d72cef2dab1b27d2edad933179120e7f4 | shasum -a 256