Citaat | Gerechtshof Arnhem 17 april 2007

Alinea 97 Gerechtshof Arnhem 17 april 2007

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 17 april 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA4785.

4.15 De conclusie is dat de vorderingen van [eisers] zullen worden afgewezen nu het hof geoordeeld heeft dat er sprake is van een rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen, waarbij [eisers] zich verplichtten tot betaling van een boete/bedrag van € 5.440,- aan de gemeente. Omdat de gemeente dit bedrag na het vonnis van de rechtbank van 27 oktober 2004 aan [eisers] heeft betaald en de grondslag daarvoor thans (met terugwerkende kracht) ontbreekt, heeft de gemeente dit bedrag onverschuldigd betaald in de zin van art. 6:203 BW. De gemeente heeft in de memorie van antwoord na verwijzing sub H, gevorderd om [eisers] te veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag. Voor deze vordering is geen reconventionele eis nodig (parallel aan HR 9 september 2005, NJ 2007, 140) doch [eisers] hebben op de vordering in de memorie van antwoord na verwijzing, niet meer kunnen reageren. Zij zullen daarom door het hof in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover per akte en enkel op dit onderdeel, uit te laten. Iedere verdere beslissing wordt in dit verband aangehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3882cbfeb0a49a53d7b5646790bb36256fc95c0e3eb4f9cc9580d928ed627904. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3882cbfeb0a49a53d7b5646790bb36256fc95c0e3eb4f9cc9580d928ed627904, en de alinea staat in dat document op bytes 34542 tot 35625.