Citaat | Gerechtshof Arnhem 5 juni 2007

Alinea 34 Gerechtshof Arnhem 5 juni 2007

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 5 juni 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA8409.

4.6 [appellant] stelt dat hij in het bewuste gesprek met de verkoper heeft gezegd dat hij niet over een inkomen beschikte, dat hij nog bij zijn ouders inwoonde ([appellant] was toen 22 jaar) en dat hij aan zijn ouders geen kostgeld behoefde te betalen. Voorts dat hij bij een bedrijf (Heijster) had gewerkt, doch daar was ontslagen en geen recht op een WW-uitkering had, zodat hij wellicht in de toekomst een uitkering bij de sociale dienst zou moeten aanvragen. In dat gesprek, zo stelt [appellant], is hem niet gevraagd naar een identiteitsbewijs en ook niet naar een loon/uitkeringsbriefje. [appellant] bestrijdt dat hij toen het bedrag van f 1.178,-- als zijn inkomen heeft opgegeven. De gegevens (van productie 13) zijn dus, aldus [appellant], deels onjuist en op geen enkele wijze geverifieerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175102deb7c79439e898adab598e30999e2ba988f079411d6a2188762c8b74dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175102deb7c79439e898adab598e30999e2ba988f079411d6a2188762c8b74dc, en de alinea staat in dat document op bytes 12354 tot 13167.