Citaat | Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Alinea 115 Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 1 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9484.

3.27 Het hof overweegt als volgt. Wie een overeenkomst aangaat, moet voorkomen dat hij de overeenkomst sluit onder invloed van een onjuiste voorstelling zaken. Hij heeft derhalve een onderzoeksplicht. Het hof is van oordeel dat in ieder geval van degene die een overeenkomst aangaat, mag worden verlangd dat hij kennis neemt van de inhoud van die overeenkomst en van de eventuele daarop toepasselijke voorwaarden en deze stukken aandachtig en met de nodige nauwlettendheid bestudeert. Hetzelfde geldt voor de eventueel aan hem verstrekte brochures. Indien voornoemde stukken onduidelijkheden bevatten, mag van hem tevens worden verlangd dat hij daarover vragen stelt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat men in de regel mag afgaan op de juistheid van de door de wederpartij gedane mededelingen. In het algemeen wordt aangenomen dat de mededelingsplicht boven de onderzoeksplicht gaat. Indien de dwalende niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan, dan kan dit er op grond van artikel 6:228 lid 2 BW toe leiden dat de dwaling voor rekening van de dwalende behoort te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c, en de alinea staat in dat document op bytes 40848 tot 41936.