Citaat | Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Alinea 139 Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 1 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9484.

3.37 Het hof gaat voorbij aan het betoog van [appellant] dat hij zich niet realiseerde dat hij “zijn inleg” zou kunnen verliezen, omdat de onjuiste voorstelling bij [appellant] omtrent de aard van de overeenkomst, die met de betaling aan Dexia van rente en dus niet met de inleg van spaarbedragen gepaard ging, om voornoemde redenen voor zijn risico moet blijven. In dit verband verwijst het hof bovendien naar hetgeen hierna nog zal worden overwogen ten aanzien van de verdeling van de schade (rechtsoverweging 3.61 en verder).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c, en de alinea staat in dat document op bytes 48695 tot 49240.