Citaat | Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Alinea 164 Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 1 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9484.

3.51 Daarnaast is Dexia volgens het hof tekortgeschoten in haar verplichting om voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst inlichtingen in te winnen over de inkomens- en vermogenspositie van [appellant]. Dexia had zich tenminste rekenschap behoren te geven van de vraag of haar potentiële wederpartij naar redelijke verwachting over voldoende bestedingsruimte zou beschikken om aan de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te kunnen voldoen. Gedurende de looptijd van de overeenkomst, in beginsel 240 maanden, was [appellant] verplicht elke maand een vast bedrag te betalen. Dit bedrag was gezien productie 4 en 5 bij de memorie van grieven, kennelijk vanwege de terughoudendheid van [appellant] om een aandelenleaseovereenkomst aan te gaan, lager gesteld. Bovendien bestond, zoals uit het voorgaande volgt, het risico van een restschuld bij tussentijdse beëindiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c, en de alinea staat in dat document op bytes 59946 tot 60845.