Citaat | Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Alinea 180 Gerechtshof Arnhem 1 april 2008

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 1 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9484.

3.66 Het hof volgt Dexia in dat betoog. Uit rechtsoverweging 3.38 volgt reeds dat het voor rekening van [appellant] komt dat hij naar zijn zeggen de overeenkomst is aangegaan onder invloed van een verkeerde voorstelling van zaken. [appellant] had namelijk binnen redelijke grenzen moeten voorkomen dat hij de overeenkomst zou aangaan onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken. Naast de nalatigheid van Dexia om [appellant] genoegzaam te waarschuwen tegen het risico van een restschuld, heeft ook de nalatigheid van [appellant] om zich voldoende te vergewissen van de gevolgen van de overeenkomst in geval van voortijdige beëindiging wegens tekortschieten in de betaling, bijgedragen aan het ontstaan van de in de restschuld belichaamde schade. Bij de bepaling van de mate waarin de aan Dexia respectievelijk aan [appellant] toe te rekenen omstandigheden aan deze schade hebben bijgedragen, is het hof van oordeel dat aan hun nalatigheden gelijk gewicht toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcac00a4cbfcdd5842f0ba040463f8ff01503f47ea52236ddf7379ae72bcf8c, en de alinea staat in dat document op bytes 71176 tot 72164.