Citaat | Gerechtshof Arnhem 29 september 2011

Alinea 34 Gerechtshof Arnhem 29 september 2011

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 29 september 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:3430.

In dat telefoongesprek heeft verdachte met [getuige 1] gesproken over een persoon die hij, verdachte, als verdachte had gehoord en gesproken. Verdachte heeft deze informatie verkregen door zijn werk als politieambtenaar. Deze informatie moet daarom worden aangemerkt als een ambtsgeheim. Een ambtsgeheim mag alleen in het belang van de dienst worden verstrekt aan anderen. Er was naar het oordeel van het hof geen enkel dienstbelang bij de verstrekking van deze informatie aan [getuige 1] . De stelling van de raadsman dat het voor verdachte op het moment van het telefoongesprekgesprek duidelijk was dat [getuige 1] bij of voor de politie werkte is in dit verband, nog afgezien van het feit dat [getuige 1] daarover in zijn verklaring bij de raadsheer-commissaris volstrekt anders verklaart, irrelevant. Het is immers ook niet toegestaan dat politiemedewerkers onderling zonder noodzaak ambtsgeheimen met elkaar delen. Hiervan moet een ervaren politieambtenaar als verdachte zich ook bewust zijn geweest. Het kan niet anders dan dat verdachte door met [getuige 1] te spreken over een door hem, verdachte, aangehouden persoon op zijn minst voorwaardelijk opzet heeft gehad op schending van zijn geheimhoudingsplicht. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat er sprake is van een opzettelijke schending van een ambtsgeheim als bedoeld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bf32af53a71402ed4994917326ea5995f4f23f9162d78bd73928893b6530919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bf32af53a71402ed4994917326ea5995f4f23f9162d78bd73928893b6530919, en de alinea staat in dat document op bytes 14613 tot 16016.