Citaat | Gerechtshof Arnhem 22 maart 2011

Alinea 53 Gerechtshof Arnhem 22 maart 2011

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 22 maart 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0621.

4.14 Met betrekking tot belanghebbendes grief dat de Rechtbank een te lage wegingsfactor heeft gehanteerd bij de berekening van de hem toegekende vergoeding van de door hem gemaakt kosten in beroep, overweegt het Hof als volgt. De wegingsfactor wordt bepaald naar gelang het gewicht van de zaak. Bij een zaak van gemiddeld gewicht bedraagt de wegingsfactor 1. Het Hof neemt als uitgangspunt dat een zaak in de beroepsfase in beginsel een wegingsfactor 1 (gemiddeld) heeft tenzij er duidelijk redenen zijn om hiervan af te wijken. De Rechtbank heeft, ervan uitgaande dat het beroep slechts gegrond was voor zover het was gericht tegen de geweigerde kostenvergoeding, kennelijk met toepassing van artikel 2, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) de wegingsfactor voor gewicht van de zaak kunnen stellen op 0,25. Beoordeeld naar belang en ingewikkeldheid van de onderhavige zaak en de omvang van de in het kader van de verleende rechtsbijstand verrichte werkzaamheden acht Hof, gelet op zijn eindoordeel, geen redenen aanwezig om van het algemene uitgangspunt af te wijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4f8edc5363fdfe3a4e52d0f25b2d3a39b734de896fe140cfa1ed5743a67749. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4f8edc5363fdfe3a4e52d0f25b2d3a39b734de896fe140cfa1ed5743a67749, en de alinea staat in dat document op bytes 18858 tot 19980.