Citaat | Gerechtshof Arnhem 22 maart 2011

Alinea 58 Gerechtshof Arnhem 22 maart 2011

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 22 maart 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0621.

4.18 Het Hof verwerpt de stelling van de Ambtenaar dat belanghebbende voor de bezwaarprocedure geen kosten heeft moeten maken. Het bestaan van een 'no cure no pay'-overeenkomst brengt mee dat indien de procedure wordt gewonnen, er proceskosten zijn verschuldigd voor het inschakelen van de rechtshulpverlener (zie CRvB 25 april 2000, nr. 97/10734 AAW, LJN ZB8757). Uit de door belanghebbende overgelegde facturen en bewijs van betaling en het overigens ter zake gestelde, maakt het Hof op dat hem kosten in rekening zijn en ook nog zullen worden gebracht. De omstandigheid dat de kosten worden gesteld op het bedrag dat een rechterlijke instantie toekent als kostenvergoeding, maakt niet dat geen sprake is van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Ook de omstandigheid dat de gemachtigde de kosten pas na afloop van een procedure in rekening brengt, maakt het voorgaande niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4f8edc5363fdfe3a4e52d0f25b2d3a39b734de896fe140cfa1ed5743a67749. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4f8edc5363fdfe3a4e52d0f25b2d3a39b734de896fe140cfa1ed5743a67749, en de alinea staat in dat document op bytes 21998 tot 22905.