Citaat | Gerechtshof Arnhem 22 mei 2012

Onder 4.9 Gerechtshof Arnhem 22 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 22 mei 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:1412.

Anders dan de bewindvoerder is het hof voorts van oordeel dat art. 11.1 aldus moet worden begrepen dat de daar bedoelde omstandigheden niet slechts de vorderingen van de bank opeisbaar maken, maar tevens meebrengen dat verzuim intreedt. In het artikel is immers vermeld dat geen ingebrekestelling is vereist. Die toevoeging zou zinledig zijn als het slechts om opeisbaarheid ging, nu daarvoor immers geen ingebrekestelling nodig is. Daarom kan redelijkerwijs slechts bedoeld zijn dat verzuim intreedt zonder ingebrekestelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05fa4bdedd81a57aa7acd9a92bf512928d409920e39807ec261cb874facbfbfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05fa4bdedd81a57aa7acd9a92bf512928d409920e39807ec261cb874facbfbfe, en de alinea staat in dat document op bytes 16050 tot 16589.