Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 april 2013
Alinea 33 Gerechtshof Den Haag 26 april 2013
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 april 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:1802.
”4.5.2. Als uitgangspunt geldt dat aan een belanghebbende geen boete kan worden opgelegd ter zake van een beboetbaar feit waaromtrent bewijs ontbreekt dat hij dit heeft gepleegd. De omstandigheid dat een belanghebbende heeft geweigerd de door de inspecteur van hem gevraagde inzage te verschaffen, levert als zodanig geen bewijs op van een beboetbaar feit bestaande in het over een bepaald jaar niet aangeven van bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen en heeft ook geen invloed op de bewijslastverdeling te dier zake. Het gevolg dat artikel 27e van de AWR verbindt aan het verzaken van de inzageplicht houdt blijkens de laatste volzin van dat artikel niet in dat de belanghebbende moet bewijzen dat hij geen beboetbaar feit heeft begaan. Een andere opvatting zou ook niet verenigbaar zijn met het door artikel 6, lid 2, van het EVRM gewaarborgde vermoeden van onschuld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d631cfecbedb5a5f9b1edcef5d52f618e80f2fc861283604540fd1cf92c97534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d631cfecbedb5a5f9b1edcef5d52f618e80f2fc861283604540fd1cf92c97534, en de alinea staat in dat document op bytes 10508 tot 11397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d631cfecbedb5a5f9b1edcef5d52f618e80f2fc861283604540fd1cf92c97534 | shasum -a 256