Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 april 2013

Alinea 39 Gerechtshof Den Haag 26 april 2013

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 april 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:2452.

4.8.4. In gevallen als het onderhavige beschikt de inspecteur over een gegevensdrager waaruit is afgeleid dat de belanghebbende op 31 januari 1994 rechthebbende was tot een saldo van een bepaalde hoogte bij KB-Lux, en heeft de belanghebbende veelal geen opening van zaken gegeven. Indien verder rechtstreeks bewijs ontbreekt, zal dan voor elk van de jaren waarvoor een boete is opgelegd dienen te worden beoordeeld of (a) uit die gegevensdrager van 1994 zelf voldoende overtuigend bewijs voortvloeit dat het feit is gepleegd dan wel (b) dat daaraan, zo nodig in combinatie met andere vaststaande gegevens, een dusdanig vermoeden kan worden ontleend van het plegen van een beboetbaar feit voor (ook) het desbetreffende jaar, dat aan het zwijgen van de belanghebbende het gevolg mag worden verbonden dat hierboven onder 4.8.3, slotzin, is bedoeld. Hierbij verdient het volgende opmerking:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0dc2c5d2475ca5b64df608b521bdb0979f97bea260db787439aa204bb803c3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0dc2c5d2475ca5b64df608b521bdb0979f97bea260db787439aa204bb803c3f, en de alinea staat in dat document op bytes 14047 tot 14946.