Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 juli 2013

Alinea 48 Gerechtshof Den Haag 25 juli 2013

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 juli 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:2933.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd. Niet kan worden vastgesteld welke dosis GHB aan het slachtoffer is toegediend (en zodoende kan niet worden vastgesteld of de kans dat zij daaraan zou overlijden ‘aanmerkelijk’ was), niet kan worden vastgesteld dat het slachtoffer in coma is geraakt (zij kan ook in slaap zijn gevallen) en ook kan niet worden gezegd dat het een feit van algemene bekendheid is dat het toedienen van GHB, dat ook bekend staat als ‘partydrug’, potentiëel dodelijk is. Dat de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een fataal gevolg zou intreden is ook overigens niet gebleken. Gelet op het voorgaande kan niet bewezen worden dat het opzet van de verdachte door het toedienen van het middel GHB gericht was op de dood van het slachtoffer [slachtoffer] - ook niet in voorwaardelijke zin - zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4ff94b764e05558584a6eebea651ce581ad97e1d67e8d83f3f717a96041e3b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4ff94b764e05558584a6eebea651ce581ad97e1d67e8d83f3f717a96041e3b6, en de alinea staat in dat document op bytes 17884 tot 18891.