Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 oktober 2013

Onder 4.4. Gerechtshof Den Haag 22 oktober 2013

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 oktober 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:4556.

Ook de brief van 6 juni 1990 (zie r.o. 1.9.) bevat geen onjuiste inlichting (er was immers daadwerkelijk sprake van instemming van B&W) en gelet op het duidelijke voorbehoud (“behoudens instemming van de raad en Gedeputeerde Staten”) evenmin een concrete toezegging. Zelfs als juist is dat B&W tijdens een gesprek in een eerder gesprek in maart 1990 de indruk hadden gewekt dat instemming van GS slechts een formaliteit was (hetgeen de Gemeente betwist), laat dit onverlet dat [appellant] (zeker gelet op zijn beroep) moest begrijpen dat de mogelijkheid bestond dat de gemeenteraad en/of GS nog anders zou(den) beslissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33998f397e1273c6f4097f486ed26360ab77d8e82bc2700c47329247d8d8e037. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33998f397e1273c6f4097f486ed26360ab77d8e82bc2700c47329247d8d8e037, en de alinea staat in dat document op bytes 20914 tot 21560.