Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Onder 4.5 Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:13.
De naheffingsaanslagen waarvoor eiseres (deels) aansprakelijk is gesteld zijn opgelegd aan [A], handelend onder de naam [uitzendbureau B]. Eiseres neemt het standpunt in dat ingevolge artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) de naheffingsaanslagen aan de broers [D], [E] en [F] hadden moeten worden opgelegd, omdat zij de personen zijn die de belasting verschuldigd zijn omdat zij als eigenaren en feitelijk leidinggevenden van [uitzendbureau B] dienen te worden aangemerkt. Derhalve zijn de tenaamstellingen van de naheffingsaanslagen onjuist. Hierbij is van belang dat [A] uiteindelijk niet als verdachte is aangemerkt in het strafrechtelijk onderzoek van de SIOD.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104, en de alinea staat in dat document op bytes 35429 tot 36149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104 | shasum -a 256