Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Onder 4.8 Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:13.
Voor zover eiser stelt dat met de enkele uitdraaien uit de geautomatiseerde systemen van de Belastingdienst onvoldoende bewijs bestaat voor het feit dat de naheffingsaanslagen daadwerkelijk zijn opgelegd en naar het juiste adres zijn gestuurd, overweegt de rechtbank als volgt. Ter onderbouwing van de stelling dat de naheffingsaanslagen ten name van [A] h/o [uitzendbureau B] zijn gesteld en dat de aanslagen zijn gezonden naar het adres van [A] zoals dat bij de Belastingdienst bekend was, verwijst verweerder naar de uitdraaien uit de systemen van de Belastingdienst en de ambtsedige verklaringen van [G] (productiecoördinator bij het C.M.T. unit Aangifte). Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee het vermoeden gerechtvaardigd dat de aanslagen juist ten name zijn gesteld en op juiste wijze aan de belastingschuldige bekend zijn gemaakt, waarbij de rechtbank voorts in aanmerking neemt dat verweerder, zoals hij onweersproken heeft gesteld, met de belastingschuldige in 2006 heeft gesproken over onder meer uitstel van betaling van de diverse naheffingsaanslagen, waaruit de rechtbank afleidt dat [A] bekend was met de haar opgelegde naheffingsaanslagen. Met hetgeen eiseres heeft aangevoerd, heeft zij hetgeen verweerder heeft aangevoerd niet ontzenuwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104, en de alinea staat in dat document op bytes 37793 tot 39070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104 | shasum -a 256