Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014

Onder 4.25 Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:13.

Eiseres stelt dat het toegepaste anoniementarief ten onrechte niet is gematigd. Eiseres voert aan dat zij voldoet aan de in de Leidraad invordering 1990 (hierna: de Leidraad) gestelde voorwaarden voor matiging, doordat zij een urenregistratie heeft bijgehouden en de identiteit van de werknemers van de vennootschap heeft vastgesteld aan de hand van geldige identiteitsbewijzen. In dit verband heeft eiseres betoogd dat gezien de aard van haar bedrijf aan haar administratie geen hoge eisen mogen worden gesteld, dat de identiteitsbewijzen en de urenregistratie niet vallen onder de bewaarplicht ex artikel 52 van de AWR, en dat de in de Leidraad opgenomen voorwaarden verder gaan dan de Wet. Voorts voert zij aan dat verweerder niet heeft aangetoond in welke mate alle bij [uitzendbureau B] aanwezige identiteitsbewijzen vals waren en voorts dat – indien ervan moet worden uitgegaan dat wel sprake was van uitsluitend valse identiteitsbewijzen – zij daarvan niet op de hoogte hoefde te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104, en de alinea staat in dat document op bytes 54306 tot 55315.