Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014

Alinea 257 Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:13.

7.4. Blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft [A] op 17 september 1999 de onderneming [uitzendbureau B] opgericht in de vorm van een eenmanszaak. Voorts behoren tot de stukken een aantal uitzendovereenkomsten met uitzendkrachten waarop staat vermeld dat [A] de werkgever is. Het Hof is van oordeel dat de Ontvanger aldus voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de onderneming voor rekening en risico van [A] werd gedreven en dat zij werkgeefster was en inhoudingsplichtige voor de loonbelasting en ondernemer voor de omzetbelasting. Daaraan doet niet af dat veel feitelijke werkzaamheden door [D] dan wel zijn broers [E] en [F] werden verricht. Het uitvoeren van de werkzaamheden zegt nog niets over de vraag voor wiens rekening de onderneming wordt gedreven en wie de feitelijke werkgever is. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de onderneming ook feitelijk voor rekening van de broers werd gedreven dan wel dat zij feitelijk de werkgever waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104, en de alinea staat in dat document op bytes 66324 tot 67338.