Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Alinea 269 Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:13.
7.10. De vraag of omkering van de bewijslast ten aanzien van belanghebbende moet worden toegepast, is een vraag die de Ontvanger in het incidentele hoger beroep aan de orde stelt. Uit het strafrechtelijke onderzoek dat door de SIOD is ingesteld, is gebleken dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen enerzijds het aantal gewerkte uren door werknemers die door [uitzendbureau B] ter beschikking zijn gesteld aan belanghebbende voor het verrichten van arbeid en anderzijds het aantal gewerkte uren die belanghebbende aan [uitzendbureau B] heeft gefactureerd. Uit de verklaringen die de heer [H] (directeur van belanghebbende) en de heer [I] hebben afgelegd, blijkt dat de heer [H] zelf de door de heer [I] opgestelde urenlijsten heeft aangepast. [H] heeft in dit kader verklaard dat hij dit heeft gedaan in verband met zogenoemde “claimuren”. Het zou hierbij gaan om het in rekening brengen van minder uren in verband met verricht slecht werk, of wel om improductieve uren. Daarnaast zou sprake zijn van een te verrekenen eindejaarskorting. Dit laatste zou zijn geschied op basis van een mondelinge afspraak met [D] dat bij afname van meer dan 80.000 uren een korting van 10 percent zou worden verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104, en de alinea staat in dat document op bytes 72403 tot 73627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104 | shasum -a 256