Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Alinea 283 Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:13.
7.17. De Hoge Raad heeft in het arrest van 22 maart 2013, nr. 11/05644, ECLI:NL:HR:2013:BZ5048, V-N 2013/16.20, geoordeeld dat de tekst noch de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 34 van de IW 1990 steun biedt voor de opvatting dat de in het eerste lid van dat artikel bedoelde loonbelasting niet omvat de loonbelasting die de uitlener verschuldigd wordt als gevolg van toepassing van artikel 31 van de Wet LB 1964. In de onderhavige zaak heeft de belastingschuldige geen verzoek gedaan als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, onder 1º, van de Wet LB 1964 en is evenmin aannemelijk gemaakt dat zij de belasting en premies pas later voor haar rekening heeft genomen. De wettelijke regeling voorziet niet in de mogelijkheid dat de aansprakelijk gestelde alsnog een verzoek als hiervóór bedoeld indient.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104, en de alinea staat in dat document op bytes 79292 tot 80124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104 | shasum -a 256