Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014

Alinea 292 Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:13.

Zoals hiervoor onder 7.10 is geoordeeld is het mede aan belanghebbende te wijten dat door de belastingschuldige niet de vereiste aangifte is gedaan en niet volledig is voldaan aan de verplichtingen als vermeld in artikel 49, vierde lid, van de IW 1990. Hetgeen onder 7.10 is overwogen omtrent het buiten het zicht van overheidsinstanties houden van de werkelijk gewerkte uren teneinde te bewerkstelligen dat de verschuldigde heffingen konden worden ontgaan brengt tevens mee dat belanghebbende wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de belastingschuldige met anoniem personeel werkte. Het Hof is dan ook van oordeel dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor de matiging van de aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 34.8.2 van de Leidraad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36f392821cf156a1a15f771c01b9274c9551d90b1b82fcb79a1ab95ab62e104, en de alinea staat in dat document op bytes 83411 tot 84179.