Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 april 2014
Onder 2 Gerechtshof Den Haag 15 april 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1339.
15. Dit oordeel brengt mee, dat de vorderingen genoemd onder A en B in zoverre stranden. Van vordering A maakt nog deel uit een bedrag van € 4.888,07, dat volgens de man wel is toegewezen in het vonnis in eerste aanleg, maar door de rechtbank vergeten mee te nemen in de totale berekening. De man verwijst naar productie 60. Het betreft investeringen van de man in huis en tuin van de gemeenschappelijke woning in de periode 2005-2008. Nu in beroep niet in geschil is dat over deze periode nog verrekend moet worden en de vrouw niet gemotiveerd heeft betwist dat de rechtbank deze post niet heeft meegenomen in de berekening, en ook de hoogte van het bedrag niet heeft betwist, zal het hof de vordering van de man vaststellen op (€ 31.747,21 + € 4.888,07=) € 36.635,28. In zoverre slaagt de grief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c195ec7d624296c63b31dbeb5173b7e36cf070fa2dce9480091ed0e3215ff830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c195ec7d624296c63b31dbeb5173b7e36cf070fa2dce9480091ed0e3215ff830, en de alinea staat in dat document op bytes 30594 tot 31415.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c195ec7d624296c63b31dbeb5173b7e36cf070fa2dce9480091ed0e3215ff830 | shasum -a 256