Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 april 2014

Onder 2 Gerechtshof Den Haag 15 april 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1339.

35. Het hof is van oordeel dat de man uitgaat van een onjuist uitgangspunt. Met de gebruiksvergoeding kan en mag niet worden verrekend enige vordering, die door de wederpartij wordt betwist en dus niet vaststaat. Bij de beoordeling van deze vordering is derhalve niet relevant of bij het opmaken van de uiteindelijke verdeling een voor de vrouw positief resultaat overblijft. Het hof verenigt zich overigens met het oordeel van de rechtbank en de gronden waarop het berust. Het hof merkt daarbij nog op dat de omstandigheid dat de waarde van de woning hierboven op een lager bedrag is bepaald dan waar de rechtbank in de berekening van de gebruiksvergoeding is uitgegaan (€ 330.000,- in plaats van € 387.500,-) niet tot een ander oordeel omtrent de gebruikersvergoeding voert. De redelijkheid en billijkheid zouden zich daartegen verzetten. Partijen zitten nu al jaren in een onverdeelde gemeenschap, waarvan het dossier doet vermoeden dat dat in hoofdzaak een gevolg is van de houding van de man. Het gaat dan niet aan de waarde van het onroerend goed op het moment van de (komende) verdeling te hanteren voor het bepalen van een gebruiksvergoeding over de jaren 2009-2011, in welke jaren de waarde van de woning alleen al gezien de marktontwikkelingen en de staat van onderhoud evident hoger is geweest dan nu. In dat licht bezien komt het hof de door de rechtbank bij de berekening van de gebruiksvergoeding tot uitgangpunt genomen waarde van € 387.500,- voor die jaren alleszins juist voor. Nu alle grieven die betrekking hebben op de posten die de rechtbank betrekt bij de berekening van de gebruiksvergoeding falen, falen ook de grieven die betrekking hebben op de uitgangspunten die de rechtbank hanteert bij het bepalen van een aan de vrouw toekomend gebruiksvergoeding voor de gemeenschappelijke woning. Derhalve komt het hof evenals de rechtbank tot een bedrag van € 7.720,- voor de periode tot 1 november 2011. Het hof stelt vast dat de man niet grieft tegen de beslissing van de rechtbank om vanaf 1 november 2011 de door partijen aan elkaar verschuldigde bedragen voor eigenaarslasten enerzijds en gebruiksvergoeding anderzijds tegen elkaar te laten wegvallen en de motivering ter zake. Het hof ziet ook in het minimale verschil tussen de door de vrouw te betalen eigenaarslasten (€ 29,- per maand, namelijk € 318,- minus € 289,-) en de door de man te betalen gebruikersvergoeding geen aanleiding voor de periode na 1 november 2011 tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen. Derhalve falen in zoverre grieven 13 en 14.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c195ec7d624296c63b31dbeb5173b7e36cf070fa2dce9480091ed0e3215ff830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c195ec7d624296c63b31dbeb5173b7e36cf070fa2dce9480091ed0e3215ff830, en de alinea staat in dat document op bytes 60643 tot 63209.