Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 april 2014

Onder 2 Gerechtshof Den Haag 15 april 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1339.

6. De man heeft de rechtbank verzocht om op grond van artikel 31 en 32 Rv het vonnis te corrigeren c.q. aan te vullen. De rechtbank heeft bij brief van 30 januari 2013 aangegeven daartoe geen reden te zien. Daartegen komt de man op in grief 1. De grief faalt reeds daarom omdat tegen een weigering van een verbetering of aanvulling geen hoger beroep open staat (artikel 31 lid 4 Rv respectievelijk artikel 32 lid 2 Rv). Overigens merkt het hof in dit kader op dat de man in zijn verzoek tot verbetering/aanvulling dermate veel fouten opwerpt onder verwijzing naar uitvoerige herberekeningen dat de rechtbank zeer wel tot het oordeel kon komen dat van kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen geen sprake is. Anders dan de man in de grief lijkt te menen gaat het daarbij niet om de vraag of voor de man duidelijk is dat sprake is van kennelijke fouten, maar gaat het er om of voor partijen en derden, onder wie de rechter, direct duidelijk is dat sprake is geweest van een vergissing. Daarvan is naar het oordeel van het hof ten aanzien van de aangevoerde punten geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c195ec7d624296c63b31dbeb5173b7e36cf070fa2dce9480091ed0e3215ff830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c195ec7d624296c63b31dbeb5173b7e36cf070fa2dce9480091ed0e3215ff830, en de alinea staat in dat document op bytes 19136 tot 20238.