Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 april 2014

Onder 10. Gerechtshof Den Haag 22 april 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1525.

In de memorie van antwoord punt 8 tot en met 15 heeft [appellant] uiteengezet welke persoonlijke en financiële belangen van hem gemoeid waren bij het tijdig kunnen treffen van een vervangende voorziening. [appellant] was op 1 januari 2006 59 jaar oud, het vroegpensioen kon op 62-jarige leeftijd ingaan en [appellant] zou alsdan gedurende drie jaar (tot zijn 65-jarige leeftijd) ongeveer € 48.000,- (waarvan een VUT-deel van circa € 34.500,- en een deel vroegpensioen van circa € 13.500,-), exclusief indexaties, hebben kunnen genieten. Dit uitzicht heeft [appellant] door de beëindiging van de regelingen verloren. Nu het in die brief vermelde aanbod van Bpf Bouw [appellant] niet heeft bereikt en acceptatie daarvan vóór 1 mei 2006 daardoor onmogelijk werd, is [appellant] niet de mogelijkheid geboden tegen een relatief lage jaarpremie (van circa € 9.000,- ) een – gedurende een periode van drie jaar uit te keren - vroegpensioen van circa € 48.000,- per jaar veilig te stellen. Bpf Bouw heeft de genoemde bedragen niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. Nu [appellant] verplicht deelnemer was in de vut- en vroegpensioenregelingen die werden uitgevoerd door VUT-Stichting en Stichting Vroegpensioenfonds, waren de persoonlijke en financiële gegevens van [appellant] bij hen bekend, zodat de betrokken belangen van [appellant], en van personen vergelijkbaar met [appellant], ook voor hen kenbaar waren. Die belangen waren ook kenbaar voor Bpf Bouw, ook al is Bpf Bouw een andere, zelfstandige rechtspersoon. Er mag immers van worden uitgegaan dat Bpf Bouw, die met haar aanbod een aanzienlijk verzekeringsrisico op zich nam door de betrokken dga’s de mogelijkheid te bieden deel te nemen in de pensioenregeling en de aanvullende regelingen (“55-“ en “55+”), zich omtrent de omvang en samenstelling van de betreffende groep dga’s op de hoogte heeft gesteld of op de hoogte heeft kunnen stellen. Dat spreekt te meer nu Bpf Bouw de uitvoering van zijn pensioenregeling had uitbesteed bij hetzelfde pensioenuitvoeringsbedrijf als de VUT-Stichting en de Stichting Vroegpensioen (pleitnota Bpf Bouw punt 13). Uit het feit dat de brief van maart 2006 van de Stichting Vroegpensioenfondsgroep met het aanbod van Bpf Bouw aan [appellant] persoonlijk was gericht, leidt het hof af dat ook alle andere betrokken dga’s persoonlijk zijn aangeschreven en dus bij Bpf Bouw persoonlijk bekend waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2dc8967b293226f6bb9045e440de55f15d4aeed278d834dfdbde885283a29f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2dc8967b293226f6bb9045e440de55f15d4aeed278d834dfdbde885283a29f, en de alinea staat in dat document op bytes 21096 tot 23562.