Citaat | Gerechtshof Den Haag 6 mei 2014

Onder 9. Gerechtshof Den Haag 6 mei 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 6 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1539.

Het hof stelt voorop dat ook bij de beoordeling van de subsidiaire klacht als uitgangspunt geldt dat het antwoord op de vraag hoever de verplichtingen van het Hoogheemraadschap die voortvloeien uit zijn waterbeheerstaak, zich uitstrekken, mede afhangt van de financiële en andere middelen die het Hoogheemraadschap ter beschikking staan, en dat aan het Hoogheemraadschap dienaangaande een zekere beleidsvrijheid niet kan worden ontzegd. Die beleidsvrijheid speelt met name een rol als het gaat om omvangrijke programma’s van structurele maatregelen, zoals in bovengenoemde nota omschreven. Bedacht moet worden dat deze grote investeringen vergen en dat ook bij de inzet van ambtelijke capaciteit prioriteit moet worden gesteld. Het Hoogheemraadschap heeft voldoende onderbouwd waarom het prioriteit diende te geven aan de versterking van boezemkaden boven tussenkaden als de onderhavige. Uit dien hoofde hoefde het Hoogheemraadschap ook geen prioriteit te geven aan de door Verkaik voorgestelde investering. Zoals het hof in rechtsoverweging 6 heeft overwogen, behoefde het Hoogheemraadschap vóór de verschuiving van de onderhavige kade zijn beleid niet af te stemmen op het risico van kadeverschuiving in geval van (grote) droogte, maar mocht het zijn investeringsprogramma richten op het maatgevende risico van dijkdoorbraak en overstroming ten gevolge van natte omstandigheden. Het hof heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat Vermeer heeft geconstateerd dat bij een volgens de stand der wetenschap uitgevoerde berekening van de stabiliteitsfactor onder natte omstandigheden de kade een stabiliteitsfactor bezat van 1,09. Het hof concludeert dat de kade volgens berekeningen, uitgevoerd volgens de stand der wetenschap in 2003, onder natte omstandigheden ten tijde van de verschuiving voldoende stabiel was. Niet valt in te zien waarom, indien het Hoogheemraadschap eerder, bij voorbeeld met het oog op de beantwoording van de brief van 25 juni 2003 van de zijde van de Gemeente, stabiliteitsberekeningen had laten uitvoeren, de uitkomst daarvan anders zou zijn geweest. Blijkens het standhouden van de kade ten tijde van de overstroming daarvan in 2002 was de kade ook in de praktijk voldoende stabiel. Voorts neemt het hof in aanmerking dat het Hoogheemraadschap met betrekking tot de kade tussen 1975 en 2003 een aantal structurele en beheersmaatregelen heeft genomen die, ook als zij niet ten doel zouden hebben gehad de stabiliteit van de kade in verband met natte omstandigheden te verhogen, daaraan wel hebben bijgedragen. De slotsom is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Hoogheemraadschap met betrekking tot de kade niet beneden de zorg van een goed beheerder is gebleven. Dat het Hoogheemraadschap voor gevallen waarin het wel onder de maat is gebleven, een aansprakelijkheidsverzekering heeft gesloten, maakt dat niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a4f66bc3b5128185182c22d67e465c0930f19c183044ce3654ee990d1e48a3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a4f66bc3b5128185182c22d67e465c0930f19c183044ce3654ee990d1e48a3a, en de alinea staat in dat document op bytes 24099 tot 26974.