Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014

Onder 59. Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1713.

Indien de totale procedure in eerste aanleg langer dan twee jaar heeft geduurd, dient per instantie te worden bezien of sprake is van een langere behandelingsduur dan gerechtvaardigd. Daarbij geldt dat de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar mag duren (vgl. Centrale Raad van Beroep van 26 januari 2009, nr. 05/1789 WAO, LJN: BH1009). In het onderhavige geval ziet de rechtbank wegens de complexiteit van de zaken aanleiding om een langere termijn als redelijk aan te merken. De rechtbank stelt, gelet op de complexiteit van het KB Lux-project waarbij tevens meeweegt dat het in dit geval om een ontkenner gaat, de redelijke termijn voor de bezwaarfase vast op één jaar en houdt vast aan de termijn van anderhalf jaar voor de beroepsfase. Gelet op het feit dat de bezwaarschriften vanaf 17 november 2006 tot aan de hiervoor onder 52 genoemde arresten van de Hoge Raad van 26 februari 2010 met instemming van eiseres zijn aangehouden, doen zich naar het oordeel van de rechtbank bijzondere omstandigheden voor die een afwijking van voornoemde regel rechtvaardigen met deze periode van ruim drie jaar en drie maanden. Dit brengt mee dat de redelijke termijn in dit geval (afgerond) vijf jaar en negen maanden bedraagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c, en de alinea staat in dat document op bytes 61858 tot 63167.