Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014
Alinea 167 Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1713.
7.2. Naar aanleiding van de arresten van het Hof van Justitie EG van 11 juni 2009, X en E.H.A. Passenheim-van Schoot, C-155/08 en C-157/08, BNB 2009/222, heeft de Hoge Raad in zijn arresten van 26 februari 2010, nrs. 43 050bis en 43 670bis, LJN: BJ9092 en BJ9120, BNB 2010/199 en 200, regels geformuleerd, die, in verband met de eerbiediging van het door het Hof van Justitie EG genoemde evenredigheidsbeginsel dat geldt ter rechtvaardiging van de beperking van het vrije verkeer van kapitaal die artikel 16, lid 4, van de Awr inhoudt, in acht moeten worden genomen bij het opleggen van een navorderingsaanslag met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn op een tijdstip waarop de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar is verstreken. Op grond van deze regels moet, na het verkrijgen van aanwijzingen van het bestaan van de in het buitenland aangehouden spaartegoeden, het tijdsverloop worden aanvaard dat noodzakelijkerwijs is gemoeid met:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c, en de alinea staat in dat document op bytes 65495 tot 66464.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c | shasum -a 256