Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014
Alinea 66 Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1713.
De vereiste voortvarendheid is in acht genomen. In februari 2002 zijn de meeste rekeninghouders van de KB Lux-bank aangeschreven. Belanghebbende maakt echter geen deel uit van een grote groep die is geïdentificeerd. In de periode februari 2002 tot maart 2003 is onderzoek gedaan bij de gemeenten naar de namen op de microfiches. In het BVR-systeem van de Belastingdienst waren destijds nog niet de voornamen opgenomen en diende informatie bij de gemeenten te worden opgevraagd. Belanghebbende is na onderzoek door de FIOD als enige met deze naam en voornamen naar voren gekomen. De identificatie diende sluitend te zijn: de identificatie diende op dusdanig zorgvuldige wijze te geschieden dat er maar één belastingplichtige kon worden aangewezen die bij het rekeningnummer hoorde. De naam van belanghebbende is niet standaard en over de identificatie is iets langer gedaan. De jurisprudentie geeft geen aanleiding tot vernietiging van de navorderingsaanslagen op het punt van de voortvarendheid. Het proces-verbaal van identificatie heeft de Inspecteur gevoegd bij de aankondiging van de navorderingsaanslagen van 4 december 2003.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c, en de alinea staat in dat document op bytes 21293 tot 22439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec234f995821545dd5c3af33b28d7136ddf0a4bc5248cebe821b97ddca96b39c | shasum -a 256