Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Onder 26. Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.
De rechtbank stelt voorop dat de navorderingsaanslagen over de jaren 1995 en 2002 met dagtekening 14 december 2007 ter behoud van rechten zijn opgelegd en dat verweerder, naast het door het Hof van Justitie genoemde evenredigheidsbeginsel, bij het opleggen van navorderingsaanslagen tevens de benodigde zorgvuldigheid dient te betrachten, waarbij hij zoveel als mogelijk dient aan te sluiten bij de daadwerkelijk verschuldigde belasting. In dit geval acht de rechtbank daarbij van belang dat verweerder ter zitting onweersproken heeft gesteld dat eiser naar alle waarschijnlijkheid openheid van zaken zou geven, dat eiser in verband met zijn verblijf in het buitenland om uitstel had verzocht en dat eiser pas na de betrokkenheid van de gemachtigde bij het bezwaarschrift van 11 maart 2008 tegen de navorderingsaanslagen over de jaren 1995 en 2002 niet meer heeft meegewerkt. De rechtbank acht het in het kader van de te betrachten zorgvuldigheid dan ook niet onredelijk dat verweerder er in het onderhavige geval voor heeft gekozen om in eerste instantie de gegevens van eiser af te wachten, alvorens de onderhavige navorderingsaanslagen op te leggen, daar verweerder zoveel mogelijk heeft willen aansluiten bij een juiste omvang van de verschuldigde belasting over de verschillende jaren. Het was voor verweerder dan ook niet eerder dan met het eerste bezwaarschrift van 11 maart 2008, zijnde het moment waarop de gemachtigde voor het eerst namens eiser heeft opgetreden, duidelijk dat eiser geen gegevens over de VLB-rekening (meer) zou verstrekken. Tussen 11 maart 2008 en 9 oktober 2008 - de aankondiging van de onderhavige navorderingsaanslagen - is een periode van ongeveer zeven maanden verstreken. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat in de zomer van 2008 nog een door de projectleiding noodzakelijk geachte hercheck bij de identificatie van dubbele namen, waaronder die van eiser, heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht deze verklaring geloofwaardig. Dat er, naar verweerder heeft verklaard, van die hercheck geen stukken zijn, is geen reden om aan de verklaring van verweerder te twijfelen. Vervolgens zijn de onderhavige navorderingsaanslagen één maand tot twee maanden na de aankondiging van die aanslagen opgelegd. Gelet op de hiervoor beschreven gang van zaken en met in achtneming van de door verweerder te betrachten zorgvuldigheid, is de rechtbank van oordeel dat verweerder de onderhavige navorderingsaanslagen met redelijke voortvarendheid heeft voorbereid en vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 44343 tot 46858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947 | shasum -a 256