Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Onder 43. Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.
De rechtbank heeft, zoals hiervoor onder 31. is overwogen, geen aanleiding om aan de authenticiteit en de betrouwbaarheid van de renseignementen te twijfelen. Daarnaast moet het naar het oordeel van de rechtbank, gelet ook op hetgeen hiervoor onder 32. Is overwogen, er voor worden gehouden dat eiser houder was van de in de renseignementen vermelde VLB-rekening met nummer [nummer]. Uit de renseignementen valt voorts op te maken dat op die rekening op 21 december 1994, 5 september 1996 en op 28 november 1996 een aanzienlijk vermogen, te weten in totaal (afgerond) 1119.775,/152.837 en 1 153.882 stond. Dit vermogen bestond nagenoeg geheel uit beleggingsfondsen, hetgeen wijst op een belegging voor de lange termijn. Nu eiser voorts in de jaren ná 1996 een vermogen van dergelijke omvang niet in zijn aangiften heeft vermeld en uit de overgelegde aangiftegegevens valt op te maken dat eiser in de jaren 1997, 1999 en 2000 de rentevrijstelling en in de jaren 2001 en 2003 tot en met 2007 het heffingvrij vermogen volledig heeft benut, is dat vermogen vermoedelijk op deze of op een andere buitenlandse bankrekening blijven staan. Bovendien is het van algemene bekendheid dat zwartspaarders met een bankrekening in een land met een bankgeheim gedurende een lange periode deze rekening hebben aangehouden met als doel aanzienlijke vermogens buiten het zicht van de fiscus te houden. Deze ervaringsregel vindt ook steun in de door de VLB-meewerkers verstrekte gegevens. Ook daarom is het meer dan waarschijnlijk dat de bankrekening ook ná 1996 gedurende een lange reeks van jaren heeft bestaan. Gelet op het vorenstaande en de omstandigheid dat eiser tot op heden geen enkele openheid van zaken heeft gegeven en hij op geen enkele wijze heeft meegewerkt om tot een juiste belastingheffing met betrekking tot die rekening te komen, acht de rechtbank het aannemelijk dat het in 1996 bestaande saldo op eisers VLB-rekening, zoals dat uit de renseignementen naar voren komt, in de daarop volgende jaren (1997 tot en met 200 I en 2003 tot en met 2007), in stand is gebleven, rentedragend is gebleven en / of dividendinkomsten bevat. Nu eiser het saldo van diens VLB-rekening en de daarop ontvangen rente dan wel dividenden niet in zijn aangiften inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen over de jaren 1997 tot en met 2001 en 2003 tot en met 2007 heeft opgenomen dan wel samen met zijn echtgenote met betrekking tot de jaren 2001 en 2003 tot en met 2007 ervoor gekozen heeft deze aan haar toe te rekenen, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat het aan opzet van eiser is te wijten dat van hem in elk van die jaren te weinig belasting is geheven en dat de aangiften over de jaren 2005 tot en met 2007 onjuist zijn gedaan (vgl. Hoge Raad 15 april 2011, nr. 09/05192, LJN: BN6350 en Hoge Raad 16 november 2012, nr. 12/00967, LJN: BY3272).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 63670 tot 66590.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947 | shasum -a 256