Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Alinea 246 Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.

De Inspecteur is in februari 2007 op de hoogte gekomen van het feit dat belanghebbende naar voren is gekomen als rekeninghouder van de VLB. Mede gelet op de uitgevoerde werkzaamheden en de daarbij nagestreefde zorgvuldigheid is de met het identificatieproces gemoeide tijd niet onredelijk lang. Het Hof heeft hierbij in aanmerking genomen dat de Belastingdienst over voldoende tijd moet kunnen beschikken om met voldoende mate van zekerheid vast te stellen om welke individuele belastingplichtigen het gaat en vervolgens ten aanzien van de betrokkenen te beoordelen of, en zo ja, voor welk bedrag belasting van hen kan worden nagevorderd. Niet is aannemelijk geworden dat de werkzaamheden dusdanig zijn georganiseerd en ingericht dat een voortvarende behandeling onvoldoende gewaarborgd is. Het Hof acht onvoldoende omstandigheden aanwezig waaruit zou volgen dat van de Belastingdienst redelijkerwijs een andere, bijvoorbeeld niet volgtijdelijke aanpak met inzet van meer mankracht zoals meer EDP-auditors, verlangd kon worden. Er zijn geen zodanige omstandigheden gesteld dan wel aannemelijk geworden op grond waarvan op een eerder moment dan in februari 2007 met inachtneming van de te betrachten zorgvuldigheid voldoende zeker was dat belanghebbende rekeninghouder was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 97432 tot 98717.