Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Alinea 260 Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.

7.3.5. Van consumptieve bestedingen van het aanzienlijke saldo van de rekening in 1996 blijkt niets, en ook niet in de jaren nadien. Van overbrenging van kapitaal naar Nederland blijkt niet uit de aangiften en ook niet uit andere stukken. De Inspecteur heeft gesteld en met de door hem overgelegde aangiftegegevens aannemelijk gemaakt dat belanghebbende in zijn aangiften geen renten of saldi van een of meer buitenlandse bankrekeningen heeft vermeld. De stelling van belanghebbende dat de Inspecteur zijn stelling slechts kan bewijzen door de aangiftebiljetten in het geding te brengen, is niet juist. Ook de door de Inspecteur in het onderhavige geding overgelegde gegevens kunnen daartoe dienen en geven naar het oordeel van het Hof voldoende onderbouwing voor de juistheid van zijn stelling. Voorts is het van algemene bekendheid dat de biljetten over de jaren steeds een vraag hadden of er buitenlandse rekeningen waren en/of vermogensbestanddelen. Het lag vervolgens op de weg van belanghebbende om hierover informatie te verstrekken. Het Hof komt tot het oordeel dat aannemelijk is dat het tegoed bij Van Lanschot ook na 1996 in stand is gebleven, hetzij bij Van Lanschot, hetzij op een andere (buitenlandse) bankrekening, en dat dit niet tot het aangegeven rendement voor de inkomstenbelasting is gaan behoren. Belanghebbende heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die aanleiding kunnen vormen om hierover anders te oordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 106384 tot 107848.