Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Alinea 279 Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.
Anders dan belanghebbende stelt is het niet nodig dat de Inspecteur voor de juistheid van deze stelling alleen maar de aangiftebiljetten in het geding kan brengen. De aangeleverde gegevens geven al voldoende aanleiding voor de juistheid van zijn stelling en het is van algemene bekendheid dat de biljetten over de (nagevorderde) jaren waarover thans wordt geheven steeds een vraag hadden of er buitenlandse rekeningen waren en/of er rente was genoten. Het lag vervolgens op de weg van belanghebbende om hierover informatie te verstrekken. Het Hof komt, mede gelet op de omvangrijke bedragen tot het vermoeden dat het tegoed bij de VLB reeds geheel 1996 aanwezig is en na 1996 in stand is gebleven, hetzij bij VLB of op een andere (buitenlandse) bankrekening. Belanghebbende heeft op geen enkele wijze gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dat vermoeden te ontzenuwen zodat het Hof uitgaat van de juistheid van het vermoeden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 118838 tot 119776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947 | shasum -a 256