Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Alinea 282 Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.
7.6.5. Voor de hoogte van de voor elk van de jaren gepleegd beboetbaar feit opgelegde boete en ter beantwoording van de vraag of deze boete telkenjare passend en geboden is, neemt het Hof naast het in 7.6.2 overwogene tot uitgangspunt dat, naar de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt, belanghebbende de bedoeling heeft gehad gedurende die reeks van jaren tegoeden op een bankrekening aan te houden in een land met een bankgeheim en de daaruit genoten voordelen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te houden, en dat bij de beboeting de omvang van de verzwegen belasting dient te worden bepaald aan de hand van de bedragen die voor de heffing zijn vastgesteld. Bekend is dat een bank in het algemeen over tegoeden op een rekening jaarlijks rente bijschrijft. Het Hof komt, mede gelet op het omvangrijke bedrag in 1996, tot het oordeel dat het tegoed bij de VLB ook na 1996 in stand is gebleven hetzij bij VLB of op een andere (buitenlandse) bankrekening en dat rente aldaar is ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 121217 tot 122223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947 | shasum -a 256