Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Alinea 288 Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.

7.7.1. Het Hof volgt het oordeel van de rechtbank in onderdeel 48 van zijn uitspraak omtrent de aanvang van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. De beantwoording van de vraag of de redelijke termijn is overschreden hangt af van het tijdsverloop, te rekenen vanaf het moment dat vanwege het betrokken bestuursorgaan jegens de beboete een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat aan hem een boete zal worden opgelegd. Als zodanige handelingen dienen in elk geval aangemerkt te worden de kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 67g, lid 2, en 67k, lid 1, AWR (vergelijk Hoge Raad, 22-04-2005, 37.984, ECLI:NL:HR:2005: AO9006). De kennisgevingen zijn met betrekking tot de (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting 1997 tot en met 2001 en 2003 tot en met 2005 gegeven op 9 oktober 2008, voor de aanslag inkomstenbelasting 2006 op 25 augustus 2009 en voor de aanslag inkomstenbelasting 2007 op 1 november 2010. Het lag nog in de macht van belanghebbende om na ontvangst van de verzoeken om informatie en vragenbrieven in de periode daarvoor het opleggen van verhogingen en boetes (ten dele) te voorkomen door het geven van openheid van zaken omtrent zijn buitenlandse rekening(en). De handeling waaraan belanghebbende redelijkerwijs de verwachting kan ontlenen dat de Inspecteur verhogingen en boetes zal opleggen volgt pas uit de hiervoor vermelde kennisgevingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 126002 tot 127436.