Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Alinea 294 Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.

7.9.2. Belanghebbende heeft, zie hiervoor onder meer in 7.4.2 in de aangiften voor de inkomstenbelasting niet vermeld dat hij inkomsten uit tegoeden in het buitenland heeft genoten en heeft evenmin belaste vermogensbestanddelen in het buitenland aangegeven. Het initiatief daarvoor ligt bij belanghebbende. In de rechtsoverwegingen 7.2.1 tot en met 7.2.12 hiervoor heeft het Hof geoordeeld dat de navorderingsaanslagen voor de inkomstenbelastingjaren 1997 tot en met 2001 voldoende voortvarend zijn opgelegd. Alsdan kan niet worden gezegd dat de Inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door tot de datum dat hij de navorderingsaanslagen heeft opgelegd heffingsrente te berekenen (vgl. HR 28 maart 2001, nr. 35.968, LJN AB0764, BNB 2001/297). Ook ten aanzien van de navorderingsaanslagen die binnen de vijfjaarstermijn zijn opgelegd en de aanslagen die binnen de driejaarstermijn zijn opgelegd, kan dat niet worden gezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 129377 tot 130327.