Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Alinea 94 Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1902.

De Inspecteur heeft niet bewezen dat het beboetbare feit is begaan. Op de Inspecteur rust de stelplicht en de bewijslast van de feiten en omstandigheden die ertoe leiden dat een boete c.q. verhoging van 100 percent moet worden opgelegd. Voor ieder afzonderlijk belastingjaar dient aangetoond te worden dat belanghebbende rekeninghouder is. Er zijn geen vaststaande, aanvullende gegevens of voldoende sterke aanwijzingen dat er in andere jaren een buitenlandse rekening op na werd gehouden. De omkering van de bewijslast is ten onrechte toegepast. Alleen al daarom is een matiging van de verhogingen en boeten vereist met 20 percent. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat sprake is van omkering van de bewijslast en de ernst van de gedraging. Voorts is ten aanzien van de verhogingen en de boetes de voor berechting geldende redelijke termijn van artikel 6 EVRM overschreden. Voor de aanvang van de redelijke termijn is het tijdstip van belang waarop de Inspecteur de eerste vragenbrief heeft verzonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e02f4eb6e92ef53653139637ef221f52a58def06c1b274c4c7868b13450f947, en de alinea staat in dat document op bytes 29419 tot 30448.