Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014
Onder 1 Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2002.
Het hof acht het niet aannemelijk dat de verdachte of zijn medeverdachte een hulpmiddel (een zwemvest dan wel reddingsvest) naar [slachtoffer] heeft gegooid nadat hij in het water terecht is gekomen. De verdachte en zijn medeverdachte hebben hierover tegenstrijdig en bovendien wisselend verklaard. Reeds hierdoor is hun geloofwaardigheid hieromtrent aangetast. Voorts heeft het hof in dit verband in aanmerking genomen dat in hun beider scenario’s met betrekking tot het gooien van een hulpmiddel, de helmstok/het roer langere tijd losgelaten zou zijn, ook nadat het slachtoffer de zijkant/achterkant van de boot zou hebben losgelaten. Dat is onaannemelijk gelet op hetgeen de zeildeskundige P.M. Fokkens in zijn rapport van 9 maart 2012 en ter zitting in hoger beroep heeft gesteld, namelijk dat in dat geval het zeiljacht binnen enkele seconden volledig stil zou zijn komen te liggen. Deze omstandigheid rijmt niet met de verklaringen van de verdachte en zijn medeverdachte die niets inhouden over enig stilliggen van het zeiljacht. Zij verklaren in tegendeel beiden dat zij snel van de in zee liggende [slachtoffer] wegvoeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af, en de alinea staat in dat document op bytes 54638 tot 55783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af | shasum -a 256