Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014

Alinea 216 Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2002.

Het hof heeft geconstateerd dat in eerste aanleg sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu tussen de aanhouding van de verdachte op 17 mei 2010 en het wijzen van het vonnis op 30 juli 2010, ruim 26 maanden zijn verstreken. Deze overschrijding met ruim 10 maanden is grotendeels te wijten aan het groot aantal onderzoeken dat door de rechtbank is bevolen met betrekking tot het bepalen van de locatie waar [slachtoffer] overboord is geduwd. Gezien de complexiteit van deze uitzonderlijke zaak ziet het hof evenwel aanleiding om aan de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg geen gevolgen te verbinden. Daar doet niet aan af dat de onderzoeken telkens op verzoek van het openbaar ministerie door de rechtbank zijn gelast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5911097fd1e0fac643da87a7620269a23673d5fcc1b6720a3b9236ad07e28af, en de alinea staat in dat document op bytes 89861 tot 90775.